Volg Toni door de Vlaamse Ardennen

Plan Bier wordt Plan A

Ik ben opgegroeid met Oudenaards bruin. Dat zit zo: in de meeste Vlaamse gemeenten speelde het sociale leven in de jaren 80 en 90 zich af in en rond het Parochiaal Centrum. Meestal lag dat op een steenworp van kerk, kerkhof, school en pastorij, zodat iedereen na de zondagse plichtplegingen maar een handvol meter hoefde te wandelen om het aperitief te nuttigen. Vaak mondde dat aperitief uit in een digestief, tot de thuiswacht het welletjes vond en het manvolk luidkeels uit het café kwam halen. In die tijd waren er nog geen mobieltjes.

Het Parochiaal Centrum in mijn dorp schonk Romy Pils. En Ename dubbel. En later ook nog Sloeber, dat we wel een passende naam vonden voor onze bezigheden. Ik heb een donkerbruin (pun intended) vermoeden dat Het Sprankelend Toeval in Maarke-Kerkem, waar we die avond belanden, nòòit een parochiale functie van enigerlei belang heeft vervuld.

Daarvoor lijkt uitbater Marc, in alles een kopie van de jongere Urbanus, me net niet godsvruchtig genoeg. Biér is er overigens wel, in alle kleuren, geuren en smaken. Uit de Vlaamse Ardennen, dat spreekt. Ik merk dat de nieuwste telg van de brouwerij Roman, de Ename Pater, er ook voorhanden is.

Onze vier bezoekers, Stephanie, Karen, Luc en Goedele (Goe voor de vrienden) hebben er geen moeite mee. Ze hebben niet voor niets het Bierpassiearrangement geboekt. Het is een mooie, warme lenteavond, en dan drinkt élk Oudenaards bier goed weg op het terras van het logies. Het bolderen gaat naderhand wat minder goed, maar gelukkig wacht de nacht, en de belofte van een zonnige – en vooral nuchtere – fietstocht de dag nadien.

Goe en de andere goeden stappen op de fiets en vatten de Oudenaards Bruinroute aan. De Eikenberg en de Varent knikken nijdig goedemorgen. Kasseistenen als ontbijt, opgedirkt met frisroze lentebloesems en thee van verse magnolia. Geen halve meter plat, hoorde ik Michel Wuyts nog zeggen tijdens de voorbije Ronde Van Vlaanderen. Dat is wellicht een dichterlijke vrijheid, maar de waarheid ligt niet veraf.

De volgende keer breng ik mijn e-bike mee, mijn elektrische fiets. ‘Dutsje,’ zie ik Luc denken. Stéphanie schikt haar blonde lokken en gaat recht op de trappers, tot Oudenaarde en de Markt in zicht komen. Tijd voor een eerste voorzichtige degustatie, op het terras van De Carillon.

Kun je tegelijk fietsen en drinken? ‘Tegelijk liever niet,’ lacht Thomas, de gids die ons grinnikend staat op te wachten op de drempel van Brouwerij Roman. ‘En fietsen na het drinken raden we ook niemand aan. Ik heb dat de voorbije jaren zien veranderen. Vroeger dronken de mensen volwaardige glazen bier. Nu zijn het kleine degustatieglaasjes. Het accent ligt veel meer op genieten en op de finesse dan vroeger.’

Van het begrip ‘vroeger’ kennen ze alles bij Roman. De site ademt industrieel erfgoed. De gebouwen zelf, maar ook de Borsig stoommachines, die volgens Thomas nog perfect zouden werken als je zou willen aanzwengelen.

We doorlopen het productieproces, in sierlijke bronzen cuves, wat verder in hi-tech inox kuipen. Water, graan, hop, gist. De heilige viervuldigheid. Thomas: ‘een brouwer verandert rapper van vrouw dan van gist. Het is het grootste geheim van de brouwerij, het accent dat ons anders maakt, de stempel op onze bieren.’

Roman is ook volledig mee met de ecologische vereisten van de 21e eeuw. Dat is op zich al niet evident in deze decennia oude gebouwen. Het koelwater wordt hergebruikt, er worden volop zonnepanelen ingezet, enzovoort. ‘Duurzaamheid is levensbelangrijk,’ besluit Thomas, ‘maar er is ook nog zoiets als respect voor de site. Je mag de geschiedenis van dit gebouw niet verloochenen.’ En de bieren natuurlijk ook niet, voeg ik eraan toe.

Luc, Goe, Karen en Stephanie proeven intussen van een recente telg in de Roman-familie, Adriaen Brouwer Dark Gold. Stevig, maar niet stroperig. Fris, maar toch complex. De nieuwe stijl bier, in een nieuwe stijl Vlaamse Ardennen.

Hier ontdek je Plan bier.